Radio-apparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur

Toepassingsgebied
De richtlijn is van toepassing op radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur.

In de richtlijn wordt verstaan onder:

"apparatuur":
alle apparatuur die als radioapparatuur of telecommunicatie-eindapparatuur of als beide fungeert;
"telecommunicatie-eindapparatuur":
een product dat communicatie mogelijk maakt, of een relevant onderdeel daarvan, dat bedoeld is voor directe of indirecte aansluiting op welke wijze ook op interfaces van openbare telecommunicatienetten (d.w.z. telecommunicatienetten die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor het verstrekken van algemeen beschikbare telecommunicatiediensten);
"radioapparatuur":
een product of een relevant onderdeel daarvan dat geschikt is voor telecommunicatie door uitzending en/of ontvangst van radiogolven waarbij gebruik wordt gemaakt van het aan aarde/ruimtecommunicatie toegewezen spectrum;
"radiogolven":
elektromagnetische golven met frequenties van 9 kHz tot 3000 GHz, die zich op natuurlijke wijze in de ruimte voortplanten;

Zie voor overige definities de richtlijn.

Uitzonderingen

De richtlijn is niet van toepassing op apparatuur die uitsluitend wordt gebruikt bij activiteiten die betrekking hebben op de openbare veiligheid, defensie, de staatsveiligheid (met inbegrip van het economische welzijn van de staat wanneer de activiteiten verband houden met aangelegenheden die de staatsveiligheid betreffen) en bij activiteiten van de staat op gebieden die onder het strafrecht vallen.
Voorts is de richtlijn niet van toepassing op de in bijlage I genoemde apparatuur:
1. Door radioamateurs gebruikte radioapparatuur als bedoeld in artikel 1, definitie 53, van het radioreglement van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (ITU), tenzij deze apparatuur in de handel verkrijgbaar is.
Bouwpakketten van losse door radioamateurs te assembleren onderdelen en in de handel verkrijgbare apparatuur die door radioamateurs is omgebouwd voor eigen gebruik worden niet beschouwd als in de handel verkrijgbare apparatuur.
2. Apparatuur die valt onder Richtlijn 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996 inzake de uitrusting van zeeschepen.
3. Kabels en snoeren.
4. Radio-ontvangstapparatuur die uitsluitend bestemd is voor de ontvangst van geluids- en televisieomroepdiensten.
5. Producten, uitrusting en elementen in de zin van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart.
6. Apparatuur en systemen voor luchtverkeersafhandeling in de zin van artikel 1 van richtlijn 93/65/EEG van de raad van 19 juli 1993 betreffende de vaststelling en het gebruik van compatibele technische normen en specificaties voor de aanschaf van apparatuur en van systemen voor luchtverkeersafhandeling.

Normen
Producten die voldoen aan van toepassing zijnde geharmoniseerde normen worden geacht te voldoen aan de richtlijn.

CE-markering
Nodig voor het in de handel brengen:
- toetsing aan de richtlijnen en normen
- beoordeling door erkende instantie (indien van toepassing)
- technisch dossier
- gebruiksaanwijzing
- opstellen EG-verklaring
- aanbrengen van CE-markering

Overig
Deze richtlijn vervangt op 8 april 2000 de richtlijn Randapparatuur voor Telecommunicatie (98/13/EG).

Specialisatie NVCE-leden

- De Gier Stam >